Financieel

Lenen & Fiscale aftrek

Investeren in een eigen huis is nog altijd een uitstekende en zeer veilige belegging. In tien jaar tijd is de waarde van kleine en middelgrote huizen toegenomen met 75 procent.
Ook dit jaar blijven de Belgen geloven dat hun geld het meest zal opbrengen met een investering in vastgoed.
De woningbouw profiteerde vooral van de lage hypotheekrente en het succes van kredieten met jaarlijks herzienbare rente. Immers bij een lening met variabele rentevoet is de maandelijkse aflossing kleiner en voor velen beter haalbaar in het maandbudget.
Door de daling van de hypotheekrente hebben gezinnen de afgelopen jaren veel meer kapitaal kunnen ontlenen dan voorheen om een bouwterrein aan te kopen of om te bouwen of verbouwen.
Dat een zorgvuldig gepland krediet zorgt voor aanzienlijke belastingswinsten is bekend. De fiscale verrekening van een woonkrediet is evenwel bijzonder ingewikkeld en ook het wettelijk kader durft nogal eens te wisselen.
Vanaf 2005 geldt een nieuw systeem van fiscale aftrek voor hypothecaire leningen. Voor nieuwe leningen bestaat de gewone of bijkomende aftrek van interesten niet meer. In de plaats is een "aftrek voor de eigen en enige woning" gekomen die een enveloppe vormt met andere elementen.
De nieuwe regels zijn van toepassing op kredietovereenkomsten die vanaf 1 januari 2005 werden afgesloten. Oudere leningen en herfinancieringen blijven in het oude systeem.
Tevens wordt het kadastraal inkomen van woningen die onder het nieuwe stelsel vallen, niet meer belast in de personenbelasting.
In de meeste gevallen zal het fiscaal voordeel na de hervorming hoger zijn dan voor de hervorming. Zeker voor gezinnen met lagere inkomsten.
Vooral de aankoop van bestaande woningen levert bij deze hervorming een groter voordeel op omdat de nieuwe "forfaitaire aftrek" op dezelfde wijze wordt toegepast voor bouw, renovatie en aankoop.

Op zoek naar het gepast woonkrediet, uw leenmogelijkheden en een simulatie?

Dan kan je terecht bij volgende instellingen:

                        
 

 

Vooreerst enkele eenvoudige principes op een rijtje:

  • Als vuistregel geldt dat je 1/3 van het netto inkomen maximaal kan ontlenen.
    In de praktijk zien we dat een gemiddeld Belgisch gezin nog een 1.000 euro nodig heeft om te leven na (af)betaling van de woonkosten. Maar laat vooral je gezond verstand beslissen...
  • De duur of looptijd van je krediet kies je niet met de natte vinger.
    Kies voor een redelijke looptijd: niet te kort, niet te lang. Bij een te korte looptijd mag je absoluut niets overkomen. Een te lange looptijd zorgt er dan weer voor dat het kapitaal heel traag wordt terugbetaald. De intrestlasten en het totaal terugbetaald kapitaal lopen dan onredelijk hoog op. Hoe korter de duurtijd van de lening, hoe meer je afbetaalt per maand, maar hoe minder je betaalt in het totaal (voor de volledige duurtijd van de lening). De looptijd houdt ook rekening met de leeftijd van de ontlener. Het einde van het contract moet bereikt zijn voor de leeftijd van 65 jaar.
  • Globaal gezien bestaan er twee soorten rentevoeten: variabele, en vaste.
    Bij een variabele rentevoet wordt de variabiliteit uitgedrukt in cijferreeksen die de herzienbaarheid weergeven. Je rentevoet wordt geregeld herzien en je maandelijkse aflossing opwaarts of neerwaarts aangepast; maar altijd binnen een bepaalde marge. ( Bv: 10+5+5 CAP 3: je tarief wordt de eerste keer na 10 jaar aangepast en vervolgens elke vijf jaar, maar de afwijking tegenover de origineel toegepaste rentevoet bedraagt maximaal 3%). Een variabele rentevoet bied je de laagste rente.
    Bij een vaste rentevoetkan je tarief van de hypotheek nooit wijzigen. Het percentage van de rentevoet blijft gedurende de hele looptijd hetzelfde. Je kent het bedrag van je maandelijkse aflossing vanaf het begin en je bent er zeker van dat het tijdens de hele duur van je krediet onveranderd blijft, zonder verrassingen in de toekomst.
  • Vaste maandelijkse aflossingen of vaste kapitaalsafbetalingen?
    Meestal kiezen we voor vaste maandelijkse afbetalingen, waarbij de eerste jaren meer intresten en minder kapitaal afgelost wordt en naar het einde van de lening omgekeerd. De last van de lening wordt aldus gespreid over de volledige leningsperiode.
  • Belangrijkste kosten verbonden aan het krediet zijn:
    (1) dossierkosten;
    (2) kosten van een schattingsverslag (indien nodig). Een schattingsverslag is niet altijd nodig, in vele gevallen volstaat het compromis of andere documenten om de waarde van je onroerend goed te bepalen;
    (3) kosten voor de toekenning van een hypothecair krediet: die kosten omvatten de registratiekosten van de kredietakte, de notariskosten verbonden aan het krediet, de zegelkosten en de kosten voor inschrijving van de akte. Deze kosten variëren naargelang het bedrag van je lening.

Alle volgende informatie, berekeningen, tarieven en simulaties van financiële instellingen worden vrijblijvend gegeven zonder bindende verplichting. De berekeningen zijn gebaseerd op algemene en vereenvoudigde formules.
Laat je in een persoonlijk gesprek met hun deskundigen informeren over hun scherpe condities in jouw specifieke situatie.

Plaatselijke adverteerders

Algemeen

© 2004 - 2012 Bouwservice | Disclaimer | Made by ExpertMedia